Adviespraktijk voor
leerproblemen en opvoedingsvragen
Voor kinderen met leer- en/of ontwikkelings- problemen Header picture Header picture Header picture Header picture Header picture

Dyslexie (vervolg)

In het primair onderwijs is de laatste jaren veel aandacht voor de vroegtijdige signalering en behandeling van kinderen met lees- en spellingproblemen. Op de meeste scholen wordt het zogenaamde 'dyslexieprotocol' gehanteerd, een document waarin precies beschreven staat wat een school kan en moet doen om kinderen met problemen op het gebied van lezen en spelling vroegtijdig te signaleren en te begeleiden.
Wanneer een kind na ruim een jaar leesonderwijs (begin groep 4) ondanks extra aandacht en begeleiding een ernstige achterstand heeft opgebouwd bij lezen en spellen, dan is er mogelijk sprake van dyslexie. Gericht onderzoek en een periode van specifieke begeleiding volgen, waarna vastgesteld kan worden of er daadwerkelijk sprake is van dyslexie. Als dat het geval blijkt te zijn wordt een dyslexieverklaring afgegeven door een daartoe bevoegde deskundige.

Dyslexie en dan?

De begeleiding van kinderen met dyslexie is er in de eerste plaats op gericht om het kind door gerichte instructie en oefening 'op maat' zo goed mogelijk te leren lezen en spellen. Daarnaast zijn er compenserende en dispenserende maatregelen mogelijk. Zo kan de school het kind laten werken met gesproken teksten, meer tijd geven bij een toets of een spellingcontroleprogramma laten gebruiken, (compenseren). Ook kunnen spellingfouten in proefwerken niet of minder zwaar meegerekend worden of kan er een vrijstelling gegeven worden voor een bepaald onderdeel (dispensatie). Al deze maatregelen zijn erop gericht dat ook een kind met dyslexie zich optimaal kan ontwikkelen. Belangrijk daarbij is dat een kind zelf keuzes leert maken en leert hoe met dyslexie om te gaan.

Voortgezet onderwijs.

In sommige gevallen komt de dyslexie pas op het voortgezet onderwijs naar voren. Als er sprake is van het opeens niet meer bij kunnen houden van het werktempo, het niet of telkens te laat inleveren van werkstukken en opdrachten of minder zorg voor het werk, zijn dit signalen waarbij in ieder geval ook aan dyslexie gedacht moet worden. Als daarnaast tevens sprake is van het dalen van de cijfers voor talen en zaakvakken en een onevenredige toename van de tijd die nodig is voor huiswerk, is het raadzaam dyslexie onderzoek uit te laten voeren.
Het stagneren van de leerontwikkeling kan van grote invloed zijn op het zelfvertrouwen en daarmee het zelfbeeld. Dit kan zich uiten doordat de leerling meer teruggetrokken of juist opvallend storend gedrag vertoont in de klas of dat de leerling vermijdingsgedrag vertoont en daardoor vaker dan normaal afwezig is bij proefwerken en overhoringen. Bij de begeleiding van jongeren met dyslexie ligt het accent op het bijspijkeren van de ontstane hiaten en het aanleren van leer- en leesstrategieën.

terug